Geregeld lees je in de krant dat er iemand voor de trein is gesprongen. Vertragingen door een ‘incident’ op het spoor. Nare berichten waar je liever niet te lang bij stilt staat. De afloop niet zelden definitief. 

Gebeurtenissen die grote impact hebben op het personeel werkzaam op het spoor en reizigers in de trein. Soms is er niets te zien en toch is de wanhoop en het verdriet voelbaar. Want wie doet nu zoiets? Waarom is er niets anders meer denkbaar dan slechts dat eindstation? Soms zou je willen dat je mensen in deze wanhopige en uitzichtloze situatie een helpende hand kunt bieden. Dat je ze letterlijk op een ander (gedachten) spoor kan zetten.

Esther Holierhoek Van Der Weerd

Esther, zelf moeder van twee kinderen en zwanger van haar derde, kreeg deze mogelijkheid en aarzelde geen moment. Een heldendaad. Een jong meisje op het spoor, met in de verte een naderende trein …

Hey meisje,

Voor mij begon mijn dag vanmorgen ‘normaal’. Ik reed samen met mijn twee zoontjes van 2 en 3 en een wondertje in mijn buik richting mijn werk. Vrolijk meezingend met de liedjes van Piet Piraat begon mijn dag goed.

Jouw dag moet vreselijk begonnen zijn, je bent waarschijnlijk wakker geworden met de gedachten dat het leven voor jou geen zin meer had?

Terwijl ik nog maar een kilometer van mijn werk verwijderd was, reed ik richting de spoorwegovergang. Ik zag jou lopen, het regende en je liep daar, alleen. Een naar voorgevoel bekroop me en ineens werd dit gevoel bevestigt. Je sloeg af, niet een weg in, maar het spoor op.

Zonder twijfel zette ik mijn alarmlichten aan, zette mijn auto in de berm en zei tegen mijn jongens dat ik zo terug was omdat ik even iets moest vragen aan iemand. Draaide het volume van de vrolijke liedjes harder en vergrendelde mijn auto. Ik trok een sprint richting het spoor en ik zag je lopen. Inmiddels al wel 50 meter verder. Ik versnelde mijn sprint en kwam parallel aan jou te lopen. Ik vroeg je te stoppen en van het spoor af te komen, je reageerde niet. Al mijn emoties kwamen samen en verwoorden zich in complete woede. Ik heb naar je geschreeuwd, dat je moest stoppen, van het spoor moest komen, wat je mensen wel niet aan doet met deze actie en dat er zoveel goede hulp is tegenwoordig.

Toen je hierop niet reageerde kreeg ik het afschuwelijke gevoel dat dit weleens uit kon lopen op een vreselijke nachtmerrie. In mijn laatste poging bij jou binnen te komen schreeuwde ik; “Ik ben zwanger en ik heb 2 kleine kinderen in mijn auto zitten, ALSJEBLIEFT STOP EN DOE MIJ EN JEZELF DIT NIET AAN!” Je stopte en keek langzaam omhoog. De blik in jouw ogen op dat moment staat voor altijd in mijn geheugen gegrift. Ik zag complete verwarring en angst en waarschijnlijk niks van wie je eigenlijk bent. Je bekeek me van top tot teen en zag hoe ik compleet overstuur en buiten adem probeerde om jouw leven te redden.

Je stapte van het spoor af en ging ernaast op de grond zitten, je begon te schreeuwen dat je naar de hel ging, verdoemenis, God, verafschuwing. Ook zei je heel veel dingen waarvan ik niets kon verstaan.

Ik wist dat elk moment één van de twee treinen zou gaan komen. Ik smeekte je nogmaals om van het spoor te gaan, hulp te zoeken of gewoon naar huis te gaan. Ineens leek je er weer even te zijn. Je begon op een vrij rustige manier te vertellen dat niemand jou kon helpen, je ouders verdoemden jou, ze verdoemden je vriend en alles wat jij deed. “Wat heeft mijn leven dan nog voor zin?” Is wat je me vroeg. Ik zei dat ik echt snapte dat het nu zo voelde voor jou, maar dat dit echt niet zo was. Je moest me geloven!

Je stond op, keek me aan en vroeg me jou met rust te laten, geen politie te bellen en je liep van me weg. Ik keek je alsnog volledig buiten adem na en moest een overweging maken. Je liep weg van het spoor, dat was wat ik je had gevraagd en daarom respecteerde ik jouw vraag aan mij en ben ik je niet verder gevolgd.

Ik besloot terug te gaan naar mijn auto terwijl ik jou uit het oog verloor. Gelukkig zaten mijn jongens nog vrij vrolijk in de auto. Uiteraard heb ik wel de politie gebeld en hebben zij met man en macht geprobeerd jou alsnog te vinden maar je was nergens te bekennen.

Ik hoop meisje, dat je gewoon naar huis bent gegaan, lekker in je bed bent gaan liggen en hebt gedacht; “misschien had ze gelijk, misschien moet ik dit niet doen en moet ik hulp zoeken.” Ik hoop het zo. 
Mocht je dit op wat voor manier lezen, laat je me dan weten hoe het met je gaat? Het leven is echt te mooi, ook al zal het soms met vallen en opstaan zijn.

Liefs Esther